Tekstgrootte      

Woordenboek

In artikelen over notes staan vaak ingewikkelde en misschien voor u onbekende woorden. Hieronder vindt u een uitleg van de belangrijkste termen op het gebied van notes.


Airbag

Een airbag is een voorwaardelijke bescherming van de hoofdsom op de einddatum. Deze bescherming is afhankelijk van een gemaximeerde daling van de onderliggende waarde.

Autocallable note

Een note die 1 aandeel (index) of meerdere aandelen (indexen) als onderliggende waarde(n) heeft. Op vooraf vastgestelde momenten worden de standen van de onderliggende waarden vergeleken met de startwaarden.

 

Aflossing
Als op deze zogenaamde meetmomenten (clicks) aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, bijvoorbeeld dat de koersen van de aandelen (indexen) zijn gestegen of niet zijn gedaald onder een bepaald minimum, wordt de note (vroegtijdig) afgelost tegen 100% van de nominale waarde. Daarbij ontvangt de belegger in een dergelijke note op deze meetmomenten een vaste uitkering.

 

Buffer
Als aan het einde van de looptijd nog niet aan de voorwaarden van aflossing is voldaan, dus in het geval dat de aandelen sterk zijn gedaald, ontvangt de belegger 100% van de nominale waarde minus de procentuele daling(en) van bijvoorbeeld de minst of 2 minst presterende aandelen (indexen). In dit geval kan er nog een buffer zijn ingebouwd, die de belegger tot een bepaalde hoogte een voorwaardelijke bescherming biedt.

Asian Tail

Een in notes veel toegepaste constructie die als volgt werkt: de prestatie van de note op de einddatum wordt bepaald door op een aantal meetmomenten (clicks) de koers(en)/stand(en) van de onderliggende waarde(n) te vergelijken met de koers(en)/stand(en) op de startdatum.

 

Middeling
Aan het einde van de looptijd worden deze procentuele koersontwikkelingen bij elkaar opgeteld en gemiddeld.

 

Bescherming
Door deze constructie is de belegger beschermd tegen plotseling sterke koersschommelingen.

Backwardation

De situatie waarbij de contante prijs van een grondstof hoger is dan de termijnprijs. Of als een verder gelegen termijnprijs hoger is dan een dichterbij zijnde termijnprijs. Dit doet zich voor als er op een bepaald moment een grote vraag is naar een grondstof.

 

Contango
Deze structuur maakt het mogelijk om een groot gedeelte van de optiecomponent in de note te financieren. Het tegenovergestelde van backwardation is contango. Door de voorraadkosten, verzekeringskosten en dergelijke is de termijnprijs meestal hoger dan de contante prijs.

Clicks

De momenten waarop in de Asian Tail eventueel behaalde koerswinsten kunnen worden vastgezet. Na deze zogenaamde ‘click-momenten’ heeft een koersdaling geen negatieve invloed meer op de eerder behaalde winsten, terwijl de belegger in een note met een dergelijke constructie wel kan profiteren van verdere koersstijgingen.

Commodities

Engelse term voor goederen en grondstoffen zoals olie en edelmetalen. Daarnaast zijn er zogenaamde ‘soft commodities’ zoals graan en suiker (landbouwproducten).

Convertible

Engelse term voor converteerbare obligatie. Een obligatielening waarmee de houder het recht heeft om onder bepaalde voorwaarden aan het einde van de looptijd de obligatie om te ruilen voor andere soorten effecten. De obligatie wordt doorgaans omgezet in aandelen.

 

Lage rente
Een nadeel voor de houder is dat deze leningen een lage rente uitkeren. Een note kan een dergelijk obligatietype bevatten.

 

Reverse convertible 
Het tegenovergestelde van de convertible is de ‘reverse convertible’. In dit geval heeft de uitgever van de obligatie het recht om de obligatie tegen andere effecten in te wisselen.

Coupon

Het rentepercentage dat een belegger (met regelmaat) ontvangt op een vastrentende belegging zoals een obligatie. Sommige notes keren ook een coupon uit. De uitbetaling van de coupon kan zowel vast als variabel zijn.

Dynamische producten

Een note waarvan de prestatie geen vooraf vastgestelde relatie heeft met het rendement van de onderliggende waarden. Het rendement hangt af van andere factoren (zie ook koersverloop).

 

Participatiewaarde
Een belegger in een note die wel een dergelijke relatie kent, ontvangt een rendement op de prestatie van de onderliggende waarden ter hoogte van zijn participatiewaarde.

Emerging market

Engelse term voor opkomende markt, oftewel de financiële markt van een ontwikkelingsland. Tot de emerging markets behoren landen als China, India en Turkije.

Garantie

Notes kunnen een garantie hebben. De uitgever van de note garandeert dat beleggers in de note aan het einde van de looptijd (een gedeelte van) hun inleg terugkrijgen.

 

Beleggingsconstructie 
De garantie wordt doorgaans gerealiseerd door een beleggingsconstructie toe te passen bestaande uit zerocoupon obligaties en derivaten.

Hefboomwerking

Een note bestaat doorgaans voor een gedeelte uit opties. Door te beleggen middels opties, kan in vergelijking met de onderliggende waarden zelf relatief gezien meer winst worden behaald.

Koersverloop

De waarde van een belegging die op de beurs of markt tot stand komt, varieert van dag tot dag. Het koersverloop van een note wordt onder andere bepaald door de koersbewegingen van de onderliggende waarden, dividenduitkeringen, volatiliteit, correlaties en renteniveaus.

Lookback note

Een note met een constructie die als volgt werkt: op de einddatum wordt de waarde van een onderliggende waarde niet vergeleken met de waarde op de startdatum, maar met de laagste waarde in een vastgestelde periode.

 

Optimaal profiteren 
Door deze constructie kan de belegger optimaal profiteren als de onderliggende waarden dalen nadat de looptijd van het product is gestart. Hierdoor wordt het aankoopmoment minder belangrijk. Men heeft altijd de laagste startwaarden over een vastgestelde periode.

Looptijd

De periode van het aangaan van de belegging (uitgiftedatum product) tot het moment dat de belegging wordt afgelost (einddatum product).

Mandje (basket)

De onderliggende waarden waarop de note betrekking heeft, worden samen als het mandje aangeduid.

Note (structuur)

Een beleggingsinstrument waarmee een belegger indirect kan beleggen in verschillende effecten zoals aandelen (indexen), hedge funds en grondstoffen (als onderliggende waarden) middels een constructie in derivaten. Daarbij wordt een deel van de note vaak belegd in obligaties.

 

Verhouding tussen risico en rendement
Notes hebben een beperkte looptijd. Doordat het een indirecte belegging in de onderliggende waarden betreft, is de verhouding tussen rendement en risico anders dan van een directe belegging in de onderliggende waarden zelf.

Obligatie

Een schuldbewijs voor een lening die een uitgevende instelling (zowel ondernemingen als overheid) is aangegaan, met als doel haar activiteiten te financieren.

 

Vaste looptijd 
In veel gevallen heeft een obligatie een vaste looptijd waarover een coupon wordt betaald. Aan het einde van de looptijd wordt uiteindelijk de lening terugbetaald.

 

Soorten obligaties 
Er bestaan vele soorten obligaties met elk hun eigen kenmerken. Voorbeelden hiervan zijn de zerocoupon, de (reverse) convertible, de (reverse) exchangeable en de steepener obligatie. 

Onderliggende waarden

Effecten waarop de derivaten betrekking hebben, zoals aandelen, aandelenindexen, obligaties, grondstoffen en valuta’s.

Optie

Het recht om een onderliggende waarde tegen een vooraf vastgestelde prijs en datum te kopen (call optie) of te verkopen (put optie).

 

Varianten
Er zijn vele varianten op deze opties denkbaar, die zowel op de beurs worden verhandeld (standaard producten) als op maat worden gemaakt (exotische opties).

 

Koersbewegingen
De waarde van een optie is afhankelijk van koersbewegingen van de onderliggende waarde, looptijd, volatiliteit, dividend en rente.

Participatie

De participatiewaarde is een stukje van de waarde van de note. De mate waarin de belegger in de note participeert, bepaalt de mate waarin het rendement van de belegger afhankelijk is van de koersontwikkeling van de onderliggende waarde(n).

Reversed exchangeable note

De belegger in dit product heeft de plicht om aan het einde van de looptijd van de belegging een aflossing in andere effecten te accepteren. De lening wordt nu in plaats van door een uitgevende instelling door een bank of commissionair aangeboden. Dit product is aantrekkelijk wanneer de te ontvangen effecten niet teveel in waarde zijn gedaald.

Secundaire markt

Op een secundaire markt worden gestructureerde producten verhandeld waarvan de aanvankelijke inschrijfperiode is gesloten.

Startwaarde

Met de startwaarde van een onderliggende waarde wordt de koers bedoeld van de onderliggende waarde op de startdatum van het product. Aan de hand van deze waarde wordt de koersontwikkeling van de onderliggende waarde(n) en daarmee de uitkering van de note gemeten.

Steepener

Een obligatie waarbij de hoogte van de coupon wordt bepaald door het verschil tussen de lange (kapitaalmarkt) en korte (geldmarkt) rente te vermenigvuldigen met een vooraf vastgestelde factor. Notes kunnen door het gebruik van steepeners ook een dergelijke manier van uitkeren hebben.

Swap

Een derivaat waarbij een partij een bepaalde kasstroom of risico ruilt tegen dat van een andere partij.

 

Soorten swaps 
In de financiële wereld zijn verschillende soorten swaps mogelijk, zoals de rente, valuta, credit default, total return en equity swap.

 

Equity swap
In het geval van een equity swap wordt de volledige opbrengst van een mandje aandelen verruild tegen een vooraf vastgestelde betaling.

Zerocoupon obligatie

Een obligatielening waarop geen coupon wordt betaald. Het rendement op een dergelijke lening wordt behaald middels koerswinst doordat de obligatie tegen een koers (ver) onder het uiteindelijke aflossingsbedrag (nominale waarde) wordt uitgegeven. De zerocoupon obligatie wordt veel gebruikt in notes met een kapitaalsgarantie.

 

Wijs & van Oostveen

Bezoekadres:
Herengracht 493
1017 BT Amsterdam

Postadres:
Wijs & van Oostveen
Postbus 2517
1000 CM Amsterdam

T. 020 - 638 82 26
F. 020 - 639 15 16