Columns Marcel Tak
Tak is actief als columnist voor diverse media. Met zijn rubriek ‘10 van Tak’ op de website IEX.nl waarin nieuwe beleggingsproducten worden belicht, heeft hij een flinke reputatie opgebouwd.
Hij wordt gezien als dé autoriteit op het gebied van gestructureerde producten.
Belegger zoekt note
Geld & Beleggen nr. 3 2008
Tussen kwaliteit en smaak zitten soms grote verschil-
len. Dat geldt voor televisieprogramma’s, maar zeker
ook voor gestructureerde producten.
Er worden notes en certificaten in de markt gezet die ik
als belegger nooit zou aanschaffen. Dat wil niet zeggen
dat ze voor andere beleggers geen toegevoegde waarde
zouden kunnen hebben.
Andere producten zijn daarentegen zeer populair, maar
daarmee zitten ze niet automatisch kwalitatief goed in elkaar.
Bij de beoordeling van de kwaliteit van gestructureerde producten hanteer
ik verschillende, zo objectief mogelijke, criteria waarbij enige subjectiviteit
overigens niet te vermijden is. Ik laat ze kort de revue passeren.
Rendement ten opzichte van 'gewone' obligatie
Misschien wel het belangrijkste criterium waaraan een (garantie)note dient te
voldoen, is dat het te behalen rendement interessant moet zijn ten opzichte van
een gelijkwaardige ‘gewone’ obligatie. Ik geef een voorbeeld.
Stel, er is een zevenjarige note met 100% hoofdsomgarantie, waarbij het
rendement afhankelijk is van het verloop van een Afrikaanse index. De note
keert 70% van de stijging van de index uit tot een maximum van 160%. Op zichzelf
lijken de voorwaarden mooi, een koerswinst van 60% is mogelijk en er is geen
hoofdsomrisico. Maar de belegger moet zich wel realiseren dat een maximale
uitkering van 160% een jaarlijks rendement van 7% betekent. Als een ‘gewone’
obligatie van dezelfde uitgevende instelling een vast rendement van 7% zou geven,
is dat altijd te prefereren boven de Afrikaanse note. Immers, het rendement hierop
is onzeker en kan nooit meer worden dan de zekere vergoeding op de alternatieve
obligatie.
Toegevoegde waarde
Een tweede manier om de kwaliteit van een note te beoordelen, is naar de
toegevoegde waarde ten opzichte van de onderliggende aandelen of indices
te kijken.
Stel, u belegt in een note met het aandeel Unilever als onderliggende waarde. Als de
note onder alle denkbare scenario’s (nagenoeg) hetzelfde positieve of negatieve
rendement als een directe investering in Unilever oplevert, is de note betrekkelijk
zinloos. Er moet altijd minstens één scenario denkbaar zijn waarbij er meer positief of
minder negatief rendement wordt behaald dan de onderliggende waarde.
Een uitzondering vind ik een note die een voor de particuliere belegger moeilijk
bereikbare index één op één volgt, zowel in negatieve als in positieve zin. Een
dergelijk financieel product zal onder geen enkel scenario beter presteren dan de
onderliggende index. In principe is er in dit geval ook niet echt sprake van een
gestructureerd product. De note of het certificaat dient dan meer als vervoermiddel
naar – voor beleggers anders – onbereikbare markten. Dat is ook toegevoegde waarde!
Niet zelf te construeren
Een derde kenmerk van een goed gestructureerd product is dat het niet simpel zelf
te construeren is. Wordt u een note aangeboden met 100% hoofdsomgarantie en een
volledige participatie in de AEX-index? Dan is dat feitelijk niet veel meer dan een
obligatie in combinatie met een calloptie op de Amsterdamse index. Natuurlijk zal de
beginnende belegger toch moeite hebben een dergelijke constructie zelf op te zetten.
In die situatie kan deze note toch nut hebben. Maar de echte toegevoegde waarde
van een gestructureerd product is als de onderliggende constructie niet door
‘gewone’ beleggers als u en ik zelf is te fabriceren.
Persoonlijke voorkeur
Meer subjectief is mijn voorkeur voor financiële producten die in potentie duidelijk
meer rendement kunnen maken dan een directe investering in de onderliggende
waarde. U begrijpt dat dit natuurlijk ook een hoger risico betekent.
Er zijn constructies die mogelijk een procentje op jaarbasis extra kunnen opleveren
als een onderliggend mandje aandelen een bepaalde prestatie levert. Als dat niet
gebeurt, dan is het gevolg een paar procent minder rendement. Het is allemaal niet
spectaculair en misschien interessant voor de risicomijdende belegger die op zoek is
naar een beetje meer rendement.
Ik heb liever een note die een hoog rendement geeft als bijvoorbeeld een beperkt
aantal onderliggende waarden allemaal een vooraf gedefinieerd koersniveau bereikt
of overschrijdt. Dit zijn de bekende autocallable notes waarbij het rendement,
toegegeven, vaak afhankelijk is van het slechtst presterende aandeel. Als het mis
gaat, kunnen de verliezen oplopen, maar bij een gunstig verloop is een aanzienlijk
bovengemiddeld rendement mogelijk.
Optimaal gebruikmaken van marktomstandigheden
Een laatste kenmerk van een goed product, althans in mijn ogen, is als optimaal
gebruik wordt gemaakt van specifieke marktomstandigheden. Vooral de huidige
grondstoffennotes voldoen aan dat criterium.
Door de speciale prijsstructuur van veel grondstoffen kunnen de daaromheen
gebouwde gestructureerde producten vaak een beter risico-rendementsperspectief
bieden dan het onderliggende mandje grondstoffen zelf. Zo zijn er notes die (meer
dan) volledig profiteren van een prijsstijging van grondstoffen, en toch een volledige
hoofdsomgarantie kennen. Daar kan een directe investering in koper, zink en
bijvoorbeeld aluminium niet tegenop.
Conclusie
Kijkt u voor aanschaf van een note altijd of deze aan de objectieve (en
subjectieve!) kwaliteitskenmerken voldoet. Als dat het geval is, kunt u aankoop
overwegen. Maar bedenk wel dat het uiteindelijke rendement afhankelijk is van het
gunstige verloop van de onderliggende waarde. Als deze niet presteert, blijft de
beloning uit, hoe mooi het product ook in elkaar is gezet.